knippa
zelfstandig naamwoord /knɪˈpa/Betekenis
- vrucht van de gelijknamige boom
Hoe spreek je knippa uit?
/knɪˈpa/
Knippa bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Melicoccus bijugatus een fruitboom uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae). De langzaam groeiende boom is tot 25 m hoog en heeft een tot 1,7 m brede stam met een gladde, grijze schors en uitgespreide takken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knippa's | meervoud |
Herkomst
van Papiaments kenepa, vermoedelijk teruggaand op Arowaks; cognaat met Spaans quenepa
Woordfamilie van knippa
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knippa's | meervoud | knippa |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knippa zijn vastgelegd.