kneedhaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deel van een huishoudmachine waarmee men (brood)deeg kan kneden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kneedhaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kneedhaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| kneedhaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kneden ww en haak zn
Woordfamilie van kneedhaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kneedhaakje | verkleinwoord | kneedhaak |
| kneedhaakjes | verkleinwoord meervoud | kneedhaak |
| kneedhaken | meervoud | kneedhaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kneedhaak zijn vastgelegd.