knaagdier
zelfstandig naamwoord ˈknaɣdirBetekenis
- vrij kleine zoogdieren met twee paar op beitels lijkende en steeds aangroeiende snijtanden
Hoe spreek je knaagdier uit?
/ˈknaxdir/
Knaagdier bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| a | maan |
| x | acht |
| d | dak |
| i | riet |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor dieren uit de orde Rodentia, vrij kleine zoogdieren met twee paar op beitels lijkende en steeds aangroeiende snijtanden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knaagdieren | meervoud |
| knaagdiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knaagdiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van knaag ww en dier , in de betekenis van ‘zoogdier met grote snijtanden’ voor het eerst aangetroffen in 1862 . De knaagdieren zijn genoemd naar hun kenmerkende gebit, dat vier grote, beitelachtige tanden bevat, die uitstekend zijn om aan zaden en ander voedsel te knagen.
Woordfamilie van knaagdier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knaagdiertje | verkleinwoord | knaagdier |
| knaagdiertjes | verkleinwoord meervoud | knaagdier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knaagdier zijn vastgelegd.