kloostergemeenschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gemeenschap bestaande uit de kloosterlingen die binnen het klooster leven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kloostergemeenschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kloostergemeenschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| kloostergemeenschappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van klooster en gemeenschap
Woordfamilie van kloostergemeenschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kloostergemeenschapje | verkleinwoord | kloostergemeenschap |
| kloostergemeenschapjes | verkleinwoord meervoud | kloostergemeenschap |
| kloostergemeenschappen | meervoud | kloostergemeenschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kloostergemeenschap zijn vastgelegd.