klokspijs
zelfstandig naamwoordBetekenis
- legering waarvan men klokken giet, te weten in de regel een mengsel van ongeveer 80% koper, 18-24% tin en maximaal 4% verontreiniging
- Voedsel of lekkernijen die men graag of makkelijk eet.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klokspijzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van klok en spijs
Woordfamilie van klokspijs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klokspijzen | meervoud | klokspijs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klokspijs zijn vastgelegd.