klokslag
zelfstandig naamwoord ˈklɔkslɑxBetekenis
- heel plecies op tijd zijn op een moment dat de klok het hele of halve uur slaat
- het slaan van de klok
Hoe spreek je klokslag uit?
/ˈklɔkslɑx/
Klokslag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klokslagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van klok (zowel als muziek instrument dat geluid maakt, als instrument dat de tijd aangeeft) en slag
Woordfamilie van klokslag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klokslagen | meervoud | klokslag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klokslag zijn vastgelegd.