klokhen
zelfstandig naamwoord ˈklɔkhɛnBetekenis
- kloek
Hoe spreek je klokhen uit?
/ˈklɔkhɛn/
Klokhen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɔ | bot |
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- vrouwtje van een hoenderachtige (en dan vooral kip) die kuikens heeft, broedende hen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klokhennen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van klok ww en hen zn , in de betekenis van ‘kloek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van klokhen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klokhennen | meervoud | klokhen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klokhen zijn vastgelegd.