klimatoloog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beoefenaar van klimatologie, de leer van de lucht- en weersgesteldheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klimatologen | meervoud |
| klimatoloogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klimatoloogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van klimaat met het achtervoegsel -loog
Woordfamilie van klimatoloog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klimatologen | meervoud | klimatoloog |
| klimatoloogje | verkleinwoord | klimatoloog |
| klimatoloogjes | verkleinwoord meervoud | klimatoloog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klimatoloog zijn vastgelegd.