kletskop
zelfstandig naamwoord /ˈklɛts.kɔp/Betekenis
- (Noord-Nederlands) een zeer hoofd door een besmettelijke schimmelinfectie van de huid
- (Zuid-Nederlands) een kaal hoofd
- hard, dun en knapperig koekje dat hoofdzakelijk uit suiker bestaat
- iemand die veel praat
Hoe spreek je kletskop uit?
/ˈklɛtskɔp/
Kletskop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een zeer hoofd door een besmettelijke schimmelinfectie van de huid
- een kaal hoofd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kletskopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kletskopjes | verkleinwoord, meervoud |
| kletskoppen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘koekje’ voor het eerst aangetroffen in 1875
Woordfamilie van kletskop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kletskopje | verkleinwoord | kletskop |
| kletskopjes | verkleinwoord meervoud | kletskop |
| kletskoppen | meervoud | kletskop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kletskop zijn vastgelegd.