kleinkunst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- podiumkunst in de eerste plaats bedoeld om te amuseren zoals cabaret maar ook het luisterlied en de musical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kleinkunsten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘cabaretkunst’ voor het eerst aangetroffen in 1920
Woordfamilie van kleinkunst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kleinkunsten | meervoud | kleinkunst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kleinkunst zijn vastgelegd.