klankschaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groot (oorspronkelijk Tibetaans) bekkenvormig slaginstrument
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klankschaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klankschaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| klankschalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van klank en schaal
Woordfamilie van klankschaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klankschaaltje | verkleinwoord | klankschaal |
| klankschaaltjes | verkleinwoord meervoud | klankschaal |
| klankschalen | meervoud | klankschaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klankschaal zijn vastgelegd.