keuterboer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- boer met een dusdanig eigen klein bedrijf dat hij alleen kan overleven met extra nevenverdiensten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| keuterboeren | meervoud |
| keuterboertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| keuterboertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van keuter ww en boer
Woordfamilie van keuterboer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keuterboeren | meervoud | keuterboer |
| keuterboertje | verkleinwoord | keuterboer |
| keuterboertjes | verkleinwoord meervoud | keuterboer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keuterboer zijn vastgelegd.