kerstkrans
zelfstandig naamwoordBetekenis
- krans gemaakt van dennentakken die in de kersttijd aan de voordeur gehangen wordt als versiering
- van bladerdeeg en amandelspijs gemaakt ringvormig gebak
- ringvormig koekje dat in de kerstboom gehangen kan worden
- ringvormig chocolaatje dat in de kerstboom kan worden gehangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerstkransen | meervoud |
| kerstkransje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerstkransjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerst en krans
Woordfamilie van kerstkrans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerstkransen | meervoud | kerstkrans |
| kerstkransje | verkleinwoord | kerstkrans |
| kerstkransjes | verkleinwoord meervoud | kerstkrans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerstkrans zijn vastgelegd.