kerstbrood
zelfstandig naamwoord ˈkɛrs(t)brotBetekenis
- een speciaal brood gebakken voor de kerst gevuld met noten, vruchten en spijs
Hoe spreek je kerstbrood uit?
/ˈkɛrstbrot/
Kerstbrood bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| b | bak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerstbroden | meervoud |
| kerstbroodje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerstbroodjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerst en brood
Woordfamilie van kerstbrood
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerstbroden | meervoud | kerstbrood |
| kerstbroodje | verkleinwoord | kerstbrood |
| kerstbroodjes | verkleinwoord meervoud | kerstbrood |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerstbrood zijn vastgelegd.