kerstboodschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toespraak van een persoon die door velen als belangrijk wordt aanschouwd, zoals een koning of paus, met daarin kerstwensen en oproepen voor het nieuwe jaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerstboodschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerstboodschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| kerstboodschappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerst en boodschap
Woordfamilie van kerstboodschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerstboodschapje | verkleinwoord | kerstboodschap |
| kerstboodschapjes | verkleinwoord meervoud | kerstboodschap |
| kerstboodschappen | meervoud | kerstboodschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerstboodschap zijn vastgelegd.