kernreactor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- installatie waarin een nucleair splijtingsprocess plaats vindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kernreactoren | meervoud |
| kernreactors | meervoud |
| kernreactortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kernreactortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘toestel dat energie levert door de splijting van atoomkernen’ voor het eerst aangetroffen in 1957
Woordfamilie van kernreactor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kernreactoren | meervoud | kernreactor |
| kernreactors | meervoud | kernreactor |
| kernreactortje | verkleinwoord | kernreactor |
| kernreactortjes | verkleinwoord meervoud | kernreactor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kernreactor zijn vastgelegd.