kerkwijding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- inwijding van een kerkgebouw
- jaarlijks feest om de inwijding van een kerkgebouw te herdenken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkwijdingen | meervoud |
| kerkwijdinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerkwijdinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en wijding zn
Woordfamilie van kerkwijding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkwijdingen | meervoud | kerkwijding |
| kerkwijdinkje | verkleinwoord | kerkwijding |
| kerkwijdinkjes | verkleinwoord meervoud | kerkwijding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkwijding zijn vastgelegd.