kerkvorst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hooggeplaatste geestelijke in de rooms katholieke kerk
zelfstandig naamwoord — masculine
- hooggeplaatste geestelijke in een kerk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkvorsten | meervoud |
| kerkvorstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerkvorstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en vorst zn
Woordfamilie van kerkvorst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkvorsten | meervoud | kerkvorst |
| kerkvorstje | verkleinwoord | kerkvorst |
| kerkvorstjes | verkleinwoord meervoud | kerkvorst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkvorst zijn vastgelegd.