kerkmuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de hoge dikke muur van een kerk waar hoge ramen in zitten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkmuren | meervoud |
| kerkmuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerkmuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en muur zn
Woordfamilie van kerkmuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkmuren | meervoud | kerkmuur |
| kerkmuurtje | verkleinwoord | kerkmuur |
| kerkmuurtjes | verkleinwoord meervoud | kerkmuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkmuur zijn vastgelegd.