kerklid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die lid is van een kerkgenootschap of geloofsgemeenschap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkleden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk en lid
Woordfamilie van kerklid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkleden | meervoud | kerklid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerklid zijn vastgelegd.