kerkdak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de bovenste bedekking van een christelijk religieus gebouw
zelfstandig naamwoord — neuter
- de bovenste bedekking van een religieus gebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkdaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en dak zn
Woordfamilie van kerkdak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkdaken | meervoud | kerkdak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkdak zijn vastgelegd.