kerkdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dag dat men gewoonlijk naar de kerk gaat
- een dag die in het teken staat van kerken en kerkgebouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkdagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en dag zn
Woordfamilie van kerkdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkdagen | meervoud | kerkdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkdag zijn vastgelegd.