kelk
zelfstandig naamwoord ˈkɛlᵊkBetekenis
- een soort drinkgerei met een kom op een voet
- een bloemkelk
Hoe spreek je kelk uit?
/ˈkɛlək/
Kelk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- soort drinkgerei met een kom op een voet
- buitenste, vaak groene krans van een bloem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kelken | meervoud |
| kelkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kelkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands kelc van Latijn calix, in de betekenis van ‘drinkbeker’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van kelk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kelken | meervoud | kelk |
| kelkje | verkleinwoord | kelk |
| kelkjes | verkleinwoord meervoud | kelk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kelk zijn vastgelegd.