katoenpluis
zelfstandig naamwoord kaˈtumplœysBetekenis
- waarvan draden voor weefsels kunnen worden gesponnen
- pluis van het materiaal katoen
Hoe spreek je katoenpluis uit?
/kaˈtumplœys/
Katoenpluis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| t | tak |
| u | boek |
| m | maan |
| p | pak |
| l | land |
| œy | huis |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- vezels van cellulose rondom het zaad van een katoenplant Gossypium, waarvan draden voor weefsels kunnen worden gesponnen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (katoenpluisje) * | verkleinwoord, enkelvoud |
| (katoenpluisjes) * | verkleinwoord, meervoud |
| [2] katoenpluizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van katoen zn en pluis zn
Woordfamilie van katoenpluis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| katoenpluizen | meervoud | katoenpluis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van katoenpluis zijn vastgelegd.