katoenplant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de plant waarvan de vrucht bestaat uit katoenvezels
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Gossypium van circa veertig struiken uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Het zijn eenjarige planten en overblijvende (half)struiken. De soorten komen wereldwijd voor in de (sub)tropen. De planten leveren de vezel voor het weven van katoen en uit de zaden wordt katoenolie geperst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| katoenplanten | meervoud |
| katoenplantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| katoenplantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van katoen en plant
Woordfamilie van katoenplant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| katoenplanten | meervoud | katoenplant |
| katoenplantje | verkleinwoord | katoenplant |
| katoenplantjes | verkleinwoord meervoud | katoenplant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van katoenplant zijn vastgelegd.