kasticket
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kassabon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kasticketje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kasticketjes | verkleinwoord, meervoud |
| kastickets | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kas en ticket zn
Woordfamilie van kasticket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kasticketje | verkleinwoord | kasticket |
| kasticketjes | verkleinwoord meervoud | kasticket |
| kastickets | meervoud | kasticket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kasticket zijn vastgelegd.