kasstroom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de in- en uitstroom van liquide middelen van een onderneming
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kasstromen | meervoud |
| kasstroompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kasstroompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kas zn en stroom zn
Woordfamilie van kasstroom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kasstromen | meervoud | kasstroom |
| kasstroompje | verkleinwoord | kasstroom |
| kasstroompjes | verkleinwoord meervoud | kasstroom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kasstroom zijn vastgelegd.