kasboek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een schriftelijke notatie van alle in- en uitgaven die bij een geldkas hoort
zelfstandig naamwoord — neuter
- een schriftelijke notatie van alle inkomsten en uitgaven die bij een geldkas hoort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kasboeken | meervoud |
| kasboekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kasboekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kas zn en boek zn
Woordfamilie van kasboek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kasboeken | meervoud | kasboek |
| kasboekje | verkleinwoord | kasboek |
| kasboekjes | verkleinwoord meervoud | kasboek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kasboek zijn vastgelegd.