kanton
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bestuurseenheid; deze term wordt in verschillende landen gebruikt voor gebieden van sterk verschillende grootte
- in België een groep van gemeenten met één vredegerecht; in Nederland een sector van het gerecht die zich bezig houdt met kleine geschillen
- in de vexillologie de bovenhoek van een vlag aan de broekingzijde
- een (te onderhouden) deel van een weg
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kantonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kantonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| kantons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord van Frans canton, in de betekenis van ‘onderafdeling van een arrondissement’ voor het eerst aangetroffen in 1827
Woordfamilie van kanton
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kantonnetje | verkleinwoord | kanton |
| kantonnetjes | verkleinwoord meervoud | kanton |
| kantons | meervoud | kanton |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kanton zijn vastgelegd.