kamperfoelie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een geslacht van slingerplanten en struiken met aangenaam ruikende bloemen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Lonicera, klimstruiken met sterk geurende, witte tot gele buis- of trechtervormige bloemen die 's nachts opengaan voor bestuiving door nachtvlinders
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kamperfoelies | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘slingerstruik’ voor het eerst aangetroffen in 1567.
Woordfamilie van kamperfoelie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kamperfoelies | meervoud | kamperfoelie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kamperfoelie zijn vastgelegd.