kampeerbus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bestelauto omgebouwd tot een wagen waarin men kan overnachten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kampeerbusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kampeerbusjes | verkleinwoord, meervoud |
| kampeerbussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kampeer ww en bus
Woordfamilie van kampeerbus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kampeerbusje | verkleinwoord | kampeerbus |
| kampeerbusjes | verkleinwoord meervoud | kampeerbus |
| kampeerbussen | meervoud | kampeerbus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kampeerbus zijn vastgelegd.