kampdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dag van een vakantie in een vakantiekamp
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kampdagen | meervoud |
| kampdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kampdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kamp zn en dag zn
Woordfamilie van kampdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kampdagen | meervoud | kampdag |
| kampdagje | verkleinwoord | kampdag |
| kampdagjes | verkleinwoord meervoud | kampdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kampdag zijn vastgelegd.