kamerkoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een klein koor van maximaal 40 zangers
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kamerkoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kamerkoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| kamerkoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kamer zn en koor zn
Woordfamilie van kamerkoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kamerkoortje | verkleinwoord | kamerkoor |
| kamerkoortjes | verkleinwoord meervoud | kamerkoor |
| kamerkoren | meervoud | kamerkoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kamerkoor zijn vastgelegd.