kabinetsperiode
zelfstandig naamwoordBetekenis
- periode van maximaal 4 jaar dat een kabinet kan regeren in Nederland
- regeringsperiode
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kabinetsperioden | meervoud |
| kabinetsperiodes | meervoud |
| kabinetsperiodetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kabinetsperiodetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kabinet en periode met het invoegsel -s-
Woordfamilie van kabinetsperiode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kabinetsperioden | meervoud | kabinetsperiode |
| kabinetsperiodes | meervoud | kabinetsperiode |
| kabinetsperiodetje | verkleinwoord | kabinetsperiode |
| kabinetsperiodetjes | verkleinwoord meervoud | kabinetsperiode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kabinetsperiode zijn vastgelegd.