ka
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel kaBetekenis
- het symbool voor kiloannum, een periode van duizend jaar
- vrouw die krachtig voor haar opvatting uitkomt
- kade
- geluid van een kraai of kauw, wordt vaak een paar keer herhaald
- kauw, torenkraai
- dat
- dat (als inleiding van iets waarvan de spreker hoopt dat het niet zal gebeuren)
- ja
Hoe spreek je ka uit?
/ka/
Ka bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ka's | meervoud |
| kaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kaatjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- kauw Corvus monedula
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ka's | meervoud |
Herkomst
v: eponiem, van de eigennaam Catharina of Kaatje, vermoedelijk een verwijzing naar Catharina Mulder/Kaat Mossel een felle Orangiste uit de 18e eeuw; in de betekenis van ‘bazige vrouw’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van ka
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ka's | meervoud | ka |
| kaatje | verkleinwoord | ka |
| kaatjes | verkleinwoord meervoud | ka |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ka zijn vastgelegd.