jukboog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bot in het aangezicht onder oog, naast de neus en boven de bovenkaak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jukbogen | meervoud |
| jukboogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jukboogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van juk zn en boog zn
Woordfamilie van jukboog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jukbogen | meervoud | jukboog |
| jukboogje | verkleinwoord | jukboog |
| jukboogjes | verkleinwoord meervoud | jukboog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jukboog zijn vastgelegd.