joystick
zelfstandig naamwoordBetekenis
- stuurknuppeltje waarmee men o.a. een computerspel kan besturen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| joystickje | verkleinwoord, enkelvoud |
| joystickjes | verkleinwoord, meervoud |
| joysticks | meervoud |
Herkomst
samenstelling van joy en stick
Woordfamilie van joystick
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| joystickje | verkleinwoord | joystick |
| joystickjes | verkleinwoord meervoud | joystick |
| joysticks | meervoud | joystick |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van joystick zijn vastgelegd.