jaloezie
zelfstandig naamwoord /jɑluˈziː/Betekenis
- (geen verbuiging) gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunnen|gunt
- zonnescherm, bestaande uit horizontale lamellen
- afgunst
- zonneblind
Hoe spreek je jaloezie uit?
/jɑluˈzi/
Jaloezie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| ɑ | bad |
| l | land |
| u | boek |
| z | zon |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt no-plural
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaloezietje | verkleinwoord, tweede persoon |
| jaloezietjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| jaloezieën | enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afgunst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1300
Woordfamilie van jaloezie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaloezietje | verkleinwoord, 2e persoon | jaloezie |
| jaloezietjes | verkleinwoord | jaloezie |
| jaloezieën | enkelvoud | jaloezie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaloezie zijn vastgelegd.