jakobsladder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de zeer lange ladder die aartsvader Jakob in een droom zag
- ronddraaiende riem of ketting waaraan bakken zijn bevestigd die graan, modder enz. naar boven brengen
- is een elektrisch fenomeen dat een continue serie vonken omhoog laat rijzen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Polemonium caeruleum is een kruidachtige, vaste plant uit de vlambloemfamilie Polemoniaceae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jakobsladders | meervoud |
| jakobsladdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jakobsladdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘over schijven lopende ketting met bakken’ voor het eerst aangetroffen in 1858
Woordfamilie van jakobsladder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jakobsladders | meervoud | jakobsladder |
| jakobsladdertje | verkleinwoord | jakobsladder |
| jakobsladdertjes | verkleinwoord meervoud | jakobsladder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jakobsladder zijn vastgelegd.