jackpot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een grote meevaller
- een grote prijs bij een loterij die steeds groter wordt als er geen winnaar is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jackpots | meervoud |
| jackpotten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘de totale inleg’ voor het eerst aangetroffen in 1979
Woordfamilie van jackpot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jackpots | meervoud | jackpot |
| jackpotten | meervoud | jackpot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jackpot zijn vastgelegd.