jacket
zelfstandig naamwoordBetekenis
- jasje of vest
- kroon die over een tand geplaatst kan worden
- hoesje voor cd of diskette
- huls waarover men iets kan schuiven
- jas, jekker
- huls, omhulsel
- hoes
- schil
- vacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jackets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels
Woordfamilie van jacket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jackets | meervoud | jacket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jacket zijn vastgelegd.