jaargang
zelfstandig naamwoord ˈjarɣɑŋBetekenis
- de in één jaar uitgegeven afleveringen van een tijdschrift
Hoe spreek je jaargang uit?
/ˈjarxɑŋ/
Jaargang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| a | maan |
| r | rood |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaargangen | meervoud |
| jaargangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jaargangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tijdschriftafleveringen van één jaar’ voor het eerst aangetroffen in 1836
Woordfamilie van jaargang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaargangen | meervoud | jaargang |
| jaargangetje | verkleinwoord | jaargang |
| jaargangetjes | verkleinwoord meervoud | jaargang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaargang zijn vastgelegd.