introductieweek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- week waarin men in de gelegenheid wordt gesteld kennis te maken met een nieuwe situatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| introductieweekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| introductieweekjes | verkleinwoord, meervoud |
| introductieweken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van introductie en week
Woordfamilie van introductieweek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| introductieweekje | verkleinwoord | introductieweek |
| introductieweekjes | verkleinwoord meervoud | introductieweek |
| introductieweken | meervoud | introductieweek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van introductieweek zijn vastgelegd.