interbellum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- periode tussen twee oorlogen, vooral die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| interbellumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| interbellumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| interbellums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘periode tussen twee oorlogen’ voor het eerst aangetroffen in 1958
Woordfamilie van interbellum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| interbellumpje | verkleinwoord | interbellum |
| interbellumpjes | verkleinwoord meervoud | interbellum |
| interbellums | meervoud | interbellum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van interbellum zijn vastgelegd.