inplant
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- jonge aanplant
- implantatie
- manier waarop iets geplaatst is
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inplanten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inplanten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inplanten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inplannen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inplannen
Vervoeging van inplant
inplanthele werkwoord
Herkomst
afgeleid van het ww inplanten