inboorling
zelfstandig naamwoord /ˈɪmborlɪŋ/Betekenis
- iemand die in een aangegeven land, streek of plaats is geboren
- een autochtone bewoner van een niet-westers land
Hoe spreek je inboorling uit?
/ˈɪmborlɪŋ/
Inboorling bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| b | bak |
| o | boot |
| r | rood |
| l | land |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inboorlingen | meervoud |
| inboorlingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inboorlingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands inboorlinc; op te vatten als samenstellende afleiding van in (bijwoord) en geboren met het achtervoegsel -ling
Woordfamilie van inboorling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inboorlingen | meervoud | inboorling |
| inboorlingetje | verkleinwoord | inboorling |
| inboorlingetjes | verkleinwoord meervoud | inboorling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inboorling zijn vastgelegd.