immunogeen
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- antigeen dat een immuunreactie oproept
- wat onvatbaarheid (afweer) veroorzaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| immunogenen | meervoud |
Herkomst
afgeleid van immuun met het achtervoegsel -geen
Woordfamilie van immunogeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| immunogeens | woordvorm | immunogeen |
| immunogeenst | woordvorm | immunogeen |
| immunogeenste | woordvorm | immunogeen |
| immunogene | woordvorm | immunogeen |
| immunogenen | meervoud | immunogeen |
| immunogener | woordvorm | immunogeen |
| immunogenere | woordvorm | immunogeen |
| immunogeners | woordvorm | immunogeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van immunogeen zijn vastgelegd.