immensiteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het immens zijn, de onmetelijkheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| immensiteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onmetelijkheid’ voor het eerst aangetroffen in 1621
Woordfamilie van immensiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| immensiteiten | meervoud | immensiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van immensiteit zijn vastgelegd.