immens
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- heel erg groot, groter dan de menselijke maat
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| immense | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onmetelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650
Woordfamilie van immens
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| immense | verbogen vorm | immens |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van immens zijn vastgelegd.