ijstijd
zelfstandig naamwoord ˈɛistɛitBetekenis
- een tijdperk waarin de gemiddelde temperatuur lager dan normaal is en uitgestrekte gebieden onder ijs bedolven zijn
Hoe spreek je ijstijd uit?
/ˈɛistɛit/
Ijstijd bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijstijden | meervoud |
| ijstijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijstijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijs en tijd
Woordfamilie van ijstijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijstijden | meervoud | ijstijd |
| ijstijdje | verkleinwoord | ijstijd |
| ijstijdjes | verkleinwoord meervoud | ijstijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijstijd zijn vastgelegd.